inkomen en uren

Op hoeveel kinderopvangtoeslag men recht heeft hangt af van het (gezamenlijk) inkomen. Hoe meer inkomen, hoe minder toeslag men ontvangt. Bij een inkomen van €118.189 of hoger krijgt men voor het eerste kind met de meeste opvanguren geen kinderopvangtoeslag meer. Voor een 2e of volgende kind kan het recht op kinderopvangtoeslag nog wel bestaan. Beide kinderen moeten wel worden opgegeven. De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt naast het inkomen en het aantal kinderen ook af van het aantal uren dat er gebruik wordt gemaakt van de opvang. Per kind kan men voor maximaal 230 uur aan kinderopvangtoeslag krijgen.
De kinderopvangtoeslag wordt berekend over een maximaal uurtarief. Het maximum hangt af van het soort opvang. Wie meer betaalt dan het maximumuurtarief krijgt geen kinderopvangtoeslag voor de kosten boven het maximumuurtarief. Wie minder betaalt, krijgt toeslag over dat goedkopere uurtarief. Wanneer er meer kinderen naar de opvang gaan krijgt men voor het kind met de meeste uren opvang de laatste vergoeding, dit is het eerste kind. Wanneer het aantal opvanguren gelijk is, dan is het kind met de laagste opvangkosten het 1e kind. Als de kosten voor beide kinderen gelijk zijn, wordt er door de Belastingdienst bepaald wie het 1e kind is. De hoogte van de kinderopvangtoeslag kan worden berekend door middel van een proefberekening op de website van de Belastingdienst.